Hoe rigide moet er worden omgegaan met de basiskenmerken wegontwerp?

De basiskenmerken wegontwerp van het CROW staan omschreven als “elementen die altijd aanwezig of juist afwezig moeten zijn in het wegontwerp om dit tot een verkeersveilig ontwerp te maken”. De realiteit blijkt minder absoluut: uit een enquête in het werkveld blijkt bijna 40% van de respondenten wel eens af te wijken van deze richtlijn.

In onze ervaring zijn er regelmatig situaties waarin wegbeheerders de wens hebben om voorzieningen te realiseren die niet passen binnen de basiskenmerken wegontwerp. Doel van het onderzoek van dit voorjaar was om inzichtelijk te maken in hoeverre deze wensen onder collega’s leven, de manier waarop met deze wensen om wordt gegaan en tot wat voor soort maatregelen dat leidt. De resultaten van de enquête zijn gepresenteerd tijdens het Nationaal Verkeersveiligheidscongres (NVVC).

In totaal hebben ongeveer 60 respondenten de enquête volledig ingevuld. Van de responsgroep werkt 63% bij de overheid (rijk, provincie of gemeente). Van de overige 37% werkt het grootste deel bij een adviesbureau.

Basiskenmerken goed bekend in de markt

De bekendheid van de basiskenmerken is goed. In totaal geeft 75% van de respondenten aan de basiskenmerken en de inhoud daarvan goed of heel goed te kennen. De overige 25% geeft aan de basiskenmerken redelijk te kennen, niemand noemt zijn kennis van de basiskenmerken dus matig of slecht.

Afwijken mag (soms), vindt bijna 40%

De meerderheid van de respondenten (61%) is het er (grotendeels of helemaal) mee eens dat de basiskenmerken een richtlijn bieden waarvan niet zou afgeweken moeten worden. Dat betekent wel dat 39% in meer of mindere mate van mening is dat afgeweken mag worden van de basiskenmerken, die “elementen bevatten die altijd aanwezig of juist afwezig moeten zijn in het wegontwerp om dit tot een verkeersveilig ontwerp te maken”.

De basiskenmerken wegontwerp bieden een richtlijn waarvan niet zou moeten worden afgeweken

Wij hebben de ervaring dat de wens om af te wijken van de basiskenmerken, specifiek bij deze situaties regelmatig leeft:

  • Fietsstroken op erftoegangswegen (ETW)
  • Fietsoversteek in de voorrang op gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom (GOW Bibeko)
  • Oversteek op wegvak gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom (GOW Bubeko)

Daarom hebben we ons in de enquête hierop gefocust.

Fietsstroken op ETW

De richtlijnen zeggen dat er nooit witte lengtemarkering aanwezig (fietsstroken, kantmarkering, parkeervakken en dergelijke) is op een erftoegangsweg. Wanneer toch een fietsvoorziening aanwezig of gewenst is (fietspad/fietsstrook/fietsstraat), dan wordt op de rijbaan geen witte lengtemarkering toegepast. Gezocht moet worden naar creatieve oplossingen, zoals verschillen in de kleur van de verharding of in het bestratingspatroon of een oplossing zoals inrichting als een fietsstraat.

Fietsoversteek in de voorrang op GOW Bibeko

In dit geval maken de basiskenmerken onderscheid tussen een ideale en minimale situatie. In de ideale situatie steekt langzaam verkeer niet (gelijkvloers) over op wegvakken. Oversteken vindt (geconcentreerd) plaats bij kruispunten of ongelijkvloers. In de minimale situatie mag langzaam verkeer (gelijkvloers) oversteken op wegvakken, mits daar een voorziening voor wordt getroffen, bijvoorbeeld een zebrapad op een plateau of een middeneiland zodat in twee fasen kan worden overgestoken.

Oversteek op wegvak GOW Bubeko

Volgens de richtlijnen steekt langzaam verkeer in geen geval gelijkvloers over op een wegvak van een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom.

Enquêteresultaten per situatie

Bijna alle respondenten geven aan bekend te zijn met de drie basiskenmerken. Het laagst ligt de bekendheid met het basiskenmerk over de oversteek op een GOW Bubeko (85%).

Het grootste deel van de respondenten is het (helemaal of grotendeels) eens met de inhoud van de drie basiskenmerken. De grootste twijfel is er bij het basiskenmerk over fietsstroken op erftoegangswegen. Hier is een kwart van de respondenten het (helemaal of grotendeels) mee oneens.

Eens met basiskenmerk

Een groot deel van de respondenten geeft aan dat de wens om af te wijken van de drie basiskenmerken in meer of mindere mate speelt. Dat geldt met name voor de wens om fietsstroken op een erftoegangsweg toe te passen.

Wens om van richtlijn af te wijken

90% van de respondenten geeft aan dat er soms of vaker fietsstroken op erftoegangswegen toegepast worden, wanneer de wens leeft om dit te doen. Datzelfde geldt voor het toepassen van een oversteek op een wegvak van een GOW Bubeko. Voor het toepassen van een fietsoversteek in de voorrang op een wegvak van een GOW Bibeko ligt dat percentage lager (67,7%).

Daadwerkelijk van de richtlijn afgeweken

Belangrijkste redenen om wel of niet af te wijken

De respondenten noemen deze argumenten om fietsstroken op ETW toe te passen:

  • verkeersveiligheid;
  • fietscomfort;
  • wensen van burgers en politiek;
  • continuïteit/herkenbaarheid van de fietsroute.

Tegelijkertijd is verkeersveiligheid ook juist een belangrijke reden om aan de basiskenmerken vast te houden, evenals herkenbaarheid/uniformiteit. Ten slotte wordt aan dit basiskenmerk vastgehouden, gewoon “omdat de richtlijn dat zegt”.

Respondenten kwamen met voorbeelden van erftoegangswegen met fietsstroken die als goede oplossingen werden ervaren. Bijna in alle gevallen werd de verkeersveiligheid na realisatie namelijk als positief ervaren. De vraag rijst daarom: is een ETW met goed uitgevoerde fietsstroken een goede oplossing, die niks afdoet aan de herkenbaarheid van de wegcategorie? Deze stelling is dan ook bediscussieerd tijdens de sessie op het NVVC. Gebleken is dat de meningen over deze stelling uiteenlopen. Datzelfde geldt voor de vraag over hoeveel ruimte de basiskenmerken bieden om deze oplossingen toe te passen.

Erftoegangsweg met fietsmarkering

Argumenten om fietsoversteken in de voorrang te plaatsen op een GOW Bibeko, zijn:

  • fietscomfort/prioriteit fietsers;
  • politieke wensen.

Belangrijkste reden om aan dit basiskenmerk vast te houden is verkeersveiligheid. Na realisatie van een fietsoversteek in de voorrang blijkt verkeersveiligheid, volgens de respondenten, dan ook vaak een probleem. Je kunt je daarom afvragen of de verkeersveiligheidsargumenten achter de richtlijn niet veel sterker aangezet moeten worden. Ook deze stelling is bediscussieerd en ook hier liepen de meningen uiteen. Een aantal aanwezigen bracht in dat de verkeersveiligheidsargumenten nu al heel sterk aangezet worden. Desondanks blijkt een aanzienlijk deel van het werkveld weleens af te wijken van dit basiskenmerk.

Argumenten om een oversteek op een wegvak van een GOW Bubeko toe te passen, zijn:

  • financiële overwegingen;
  • beschikbare ruimte;
  • omrijd-/omloopafstanden.

Deze argumenten zijn logisch gezien de alternatieven: een tunnel of brug voor overstekers, of geen oversteek en het langzaam verkeer om laten fietsen/lopen naar het dichtstbijzijnde kruispunt. Ook bij dit basiskenmerk is verkeersveiligheid de belangrijkste reden om aan de richtlijn vast te houden.

 

Headerfoto door user ‘Michiel1972‘,  gebruikt onder Creative Commons licentie.
Advies en informatie
Sören Blankers

Sören Blankers

Adviseur Verkeersarchitecteur
Hans Godefrooij

Hans Godefrooij

Adviseur Verkeersarchitecteur